Thursday, August 28, 2008

Overleven in Zimbabwe

Ondanks het feit dat er gesprekken worden gevoerd op politiek niveau, wordt het leven in Zimbabwe bij de dag moeilijker. Hoe voed je je familie als je maandsalaris net genoeg is voor een potje jam? En wat is de 'toekomstverwachting' van iemand met aids als er geen medicijnen meer worden verstrekt? Hieronder een ooggetuige-verslag van Cathy Buckle uit Bulawayo:

"Food supplies are lower than they've ever been. One morning this week in my home town, four of the five main supermarkets were simply shut - doors closed, bars up, gates padlocked: no notice, no apology, nothing. The one supermarket which has a South African franchise was open, cut the prices were completely out of reach. A 250 gram bag of salt cost 150 dollars, a small tin of jam was priced at 250 dollars. These amounts are the figures after ten zeroes were removed a fortnight ago. In real terms the salt was 1 and half trillion dollars and the small tin of jam 2 and a half trillion dollars. To put this in perspective you need to know that a junior school teacher I met this week told me she currently earns 2 trillion dollars a month (200 dollars without the zeroes). A month in the classroom for less than one small tin of jam.

I chatted with a man from a rural village and he said that the situation in the countryside had reached critical levels as people have started running out of grain from their last harvest. He said that there was no help at all coming to his village. The village Headman and the local Chief had not been given any food supplies from the government to distribute to hungry villagers. He said that the international organizations like the World Food Programme weren't coming anymore
and neither were the smaller NGO's or even the Churches. He told me that feeding programmes for pre school children had been banned by the government and even the monthly distribution of food packs to pensioners had ceased. Elderly men and women, many in charge of looking after orphaned grandchildren, had been receiving maize meal, sugar beans and cooking oil before the March elections but now they were getting nothing at all. People with HIV and AIDS in the village who had been tested and registered and who had been receiving anti-retrovirals from NGO's have also been abandoned due to the government prohibition on outside help. The man shook his head sadly as he told me about the cessation of the drugs and said: "This is a death sentence for these people; what's left for them now is only to die."

I asked him if the villagers were able to get the cheap food through the latest government "People's Shops" scheme. He said 120 villagers had been identified for the programme and 10 ere chosen each week to travel to the nearest People's Shop warehouse. It is 40 kilometre ourney, one way, but so far only the first group of 10 people had managed to buy cheap food. For the others, every week 10 people went but every week the warehouse was empty. They persisted for six weeks in a row but now, he said, they have given up going, it is wasting precious
money travelling the 80 kilometre round trip and returning empty handed.

The only hope is in the coming rainy season but with just six weeks until the planting season, rural villagers have yet to see any seed or fertilizer. "If they won't let anyone give us food or edicines, do you think we have a chance for seed or fertilizer?" the man I was talking too asked. I looked at the ground in shame and could find no words in response."

Saturday, July 26, 2008

Vergeving in een tijd van haat

Het kerkje in Kenilworth, opgetrokken uit witgepleisterde stenen, doet in niets denken aan het bloedbad van juli 1993. Dertig seconden op een regenachtige zondagavond waren genoeg om elf mensen van het leven te beroven en 55 kerkgangers te verwonden. Zuid-Afrika beleefde de geboorteweeën van een vrije samenleving. De kogelgaten in een gordijn getuigen er nog van.

Een toename van politiek geweld kenmerkte de aanloop naar de eerste vrije en democratische verkiezingen in Zuid-Afrika, in 1994. Diverse partijen wilden dat hun stem gehoord werd. Sommige waren daarin agressief en radicaal, zoals het relatief kleine Pan Afrikaans Congres met zijn eigen militaire organisatie, de APLA. Die was erop gebrand het land onbestuurbaar te maken zodat mensen voor een zwarte regering zouden kiezen. Het waren vier APLA-aanhangers die op die 25e juli, gisteren vijftien jaar geleden, een koude, natte winteravond, de St. James-kerk in Kenilworth, een voorstad van Kaapstad, binnenvielen.

Frank J. Retief was destijds voorganger van de gemeente. De huidige emeritus rector en bisschop van de Church of England in Zuid-Afrika kwam in 1968 vanuit Durban naar Kaapstad om samen met zijn vrouw hier een kerk te stichten. In 31 jaar tijd groeide het initiatief uit tot een levendige gemeente van vijfduizend leden. Er kwamen 22 kerken uit voort. ,,We maakten enorme dingen mee'', vertelt Retief. ,,Tijden waarin de Heilige Geest zo aan het werk was, dat we de hulp van andere voorgangers moesten inroepen om het werk aan te kunnen. We organiseerden kerkdiensten in volle bioscoopzalen, we gingen de krottenwijken in, mensen bekeerden zich, we wisten niet wat we aan moesten met de enorme respons. Mensen wilden naar binnen, ze braken deuren open, kropen tussen de benen van de ordedienst door; zwarten, blanken en kleurlingen.''

Dat was tijdens de apartheidsperiode. Het is volgens Retief een misverstand dat apartheid, ook de kerkgemeenschap waarvan zijn gemeente deel uitmaakte, voet aan de grond had. ,,Wat binnen de Nederduits Gereformeerde Kerken gebeurde, was niet wat je in andere kerken zag.''

Op 25 juli 1993 waren Retief en zijn gezin net terug van hun eerste vakantiereis in 25 jaar. De kinderen (14 en 18 jaar oud) wilden naar de kerkdienst 's avonds. Retief zelf had hoofdpijn en besloot thuis te blijven.

,,Er waren zo'n twaalfhonderd mensen in de kerk. Onder hen zo'n 120 Russen. Na de val van de Muur in 1989 deden Russische boten onze haven weer aan. Een echtpaar uit onze gemeente, Dawi en Marita Ackermann, begon de Russische zeelui te betrekken bij onze gemeente.''

Die avond, terwijl een jong stel op het podium stond te zingen, kwamen drie mannen met AK-47-machinegeweren en granaten de kerk binnen.

Lees verder: http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=118380

Foto: Frank J. Retief

Friday, July 18, 2008

Eenzelfde boot

Vanmorgen moest ik in in het gebouw van het departement van Binnenlandse Zaken in Kaapstad zijn. Reden: verlenging van mijn toeristenvisum voor Zuid-Afrika met nog weer eens drie maanden. Toen ik de straat inliep waar het kantoor is gevestigd, trof ik een groep mensen verspreid over de stoep aan. Ze stonden, zaten, keken voor zich uit of praatten met elkaar. Iedere dag verzamelen ze zich hier en wachten van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in de hoop dat vandaag de dag zal zijn dat de deur voor hen opengaat en ze papieren krijgen om in Zuid Afrika te kunnen blijven.

Toen ik hen passeerde en de trappen opliep naar de ingang, keken we naar elkaar. Het ging door me heen dat we op een bepaalde manier in eenzelfde boot zitten. Alleen heeft die van mij zeilen, zodat als de wind opsteekt ik ergens heen kan. Voor de Zimbabwanen geldt dat ze compleet zijn overgeleverd aan de getijden van bureaucraten en een samenleving waar ‘vreemdelingenhaat’ diep zit. En dat ze feitelijk nergens heenkunnen.

Wordt dit weer “zo’n Afrikaverhaal”? Nee. De krant in Nederland bericht vandaag over integratievraagstukken. Migratie is van alle tijden en van alle plaatsen. Waar Europa de instroom aan ‘buiten-continentalers’ probeert te controleren, doet Zuid Afrika precies hetzelfde met de talloze mensen die hier om diverse redenen hun toevlucht zoeken. En de druk neemt toe nu vlak over de grens een crisis buitensporige proporties aanneemt en Zimbabwanen massaal hun land verlaten op zoek naar veiligere oorden.

In dezelfde krant, een pagina verder, lees ik dat de politieke crisis in België na een jaar nog niet is opgelost en hoe de Walen en de Vlamingen elkaar dwarszitten. Stammenstrijd is niet iets van Afrika alleen. Als puntje bij paaltje komt dan blijken de verschillen tussen ‘ons’ en de ‘anderen’ vaak groter en dieper dan we zelf doorhebben. Wat dat betreft is beschaving niet meer dan een dun laagje veneer. Het is zeker geen bewijs van het feit dat we er als menselijk ras op vooruit gaan. Of een garantie dat we voortaan in vrede samen zullen leven.

Al met al verschillen de Afrikaanse en Europese boten dus niet zoveel van elkaar. Of moet ik zeggen dat het de aard van de bemanning is die niet zo heel erg veschilt?

Thursday, July 3, 2008

"Tijd van knuffelen van dictators is voorbij"

De oproep van de Afrikaanse leiders aan het adres van Zimbabwe’s politieke leiders president Robert Mugabe en oppositieleider Morgan Tsvangirai om een regering van nationale eenheid te vormen, lijkt in Zuid-Afrika weinig draagvlak te hebben. Het is in ieder geval niet genoeg. Tijdens een debat in de Universiteit van Kaapstad riep voormalig aartsbisschop Desmond Tutu opnieuw op tot militaire interventie ‘om de situatie in het land te stabiliseren’.

“We willen vrede en kalmte voor Zimbabwe. We willen zien dat dit land weer op wordt gebouwd en dat de vluchtelingen die tegen hun zin in Zuid Afrika zijn, terug kunnen keren naar een veilig thuisland. We willen dat de Afrikaanse leiders opstaan, de verkiezingen ongeldig verklaren en Mugabe berispen”, aldus Tutu.

Zijn oproep vond een echo in uitspraken van sociaal activiste Mamphela Ramphele die sprak over de cultuur van onschendbaarheid die in Afrika lijkt te regeren: “We moeten tot de eerlijke conclusie komen dat overheidsbeleid in postkoloniaal Afrika heeft gefaald. We hebben niet begrepen hoe goed te regeren, namelijk door het delegeren van leiderschap en verantwoordelijkheid waardoor er een klimaat ontstaat waarin iedereen zijn beste bijdrage kan leveren. In plaats daarvan zien we leiders, despoten, opstaan die vrij zijn van vervolging: Mobutu, Idi Amin, Charles Taylor en nu ‘Oom Bob’.”

De vraag waarom Afrikaanse leiders zo tolerant zijn ten opzichte van elkaar is moeilijk te beantwoorden, zei ze. “Maar het heeft te maken met Afrika’s ontkenning van de geesten uit het verleden; van voor, tijdens en na de tijd van kolonialisatie. Van racisme, sexisme, chauvenisme, zelf-haat. Het vraagt om meer exorcisme dan we hebben laten zien. Het heeft ervoor gezorgd dat we overgevoelig zijn voor kritiek.”

‘Moeder Engeland’

Het debat vond plaats op een significante plek. De Universiteit van Kaapstad is namelijk gevestigd op een steenworp afstand van ‘Rhodes Memorial’, een monument opgericht ter ere van Cecil John Rhodes (1853 – 1902). Rhodes, zakenman en politicus, was een fervent voorstander van kolonialisatie. Hij stond aan de wieg van het huidige Zimbabwe (voormalig Zuid Rhodesië) en heeft hier in meer dan een opzicht zijn sporen nagelaten.
En hoewel de huidige president Robert Mugabe geen kans voorbij laat gaan om zijn afschuw van de ‘Britse imperialisten’ te uiten, is Heidi Holland van mening dat het juist de Britten zijn die nu nog iets uit kunnen richten.

Holland, schrijfster van het autobiografiche boek “Dinner with Mugabe”, beschrijft Mugabe als iemand die de Britten haat, maar onderhuids een liefde heeft voor ‘Moeder Engeland’. Maar ook als een emotioneel onvolwassen persoon die compleet is afgesneden van zijn gevoelens. Zijn typisch antwoord op iedere vorm van vernedering is ‘wraak’. “Mugabe heeft heel duidelijk gemaakt dat hij een probleem met Engeland heeft. Niet met de VS, niet met de UN. Hij is geobsedeerd door de Britten. Daarom zijn het de Britten die met Mugabe moeten gaan praten. En dat gaat misschien tegen alle gevoel in, maar Mugabe is een monster en we moeten in deze situatie pragmatisch zijn en alles proberen wat we kunnen om hem te stoppen. Benader hem als iemand die ze ooit respecteerden en je vindt mogelijk een ingang naar dialoog”, aldus Holland.

Wraak

Ondertussen zouden Afrika en de internationale gemeenschap de ogen open moeten houden voor vooral ontwikkelingen op het platteland in Zimbabwe: “Mugabe weet nu dat de Zimbabwanen hem niet meer willen en hij zal wraak willen nemen. Een herhaling van de Gukurahundi, de massamoord die plaatsvond in Matabeleland in de jaren ’80, is niet ondenkbaar.”

Medeoprichter van het Economic Justice Initiative-instituut Wilmot James gaf aan dat economische sancties niets zullen oplossen “in een land wat economisch gezien al niets meer te verliezen heeft”. Hij pleitte voor politieke sancties, militaire interventie en verder “iemand die tegen Mugabe zegt: ‘Het spel is afgelopen’.” En voor de Zuidafrikaanse regering die nog steeds voor de ‘stille diplomatie’ kiest, had James ook een boodschap: “De tijd van het omhelzen en knuffelen van dictators is voorbij. Stop ermee!”

(ND 03072008)

Tuesday, June 24, 2008

Zimbabwanen: "Hoe zijn we zover gekomen?"

Het besluit van de Zimbabwaanse oppositieleider Morgan Tsvangirai om zich terug te trekken uit de presidentsverkiezingen van aanstaande vrijdag heeft wereldwijd reacties opgeroepen. Maar wat vinden Zimbabwanen zelf?

De organisatie Peace & Democracy Project of Zimbabwe heeft de afgelopen dagen hard gewerkt om Zimbabwanen in de diaspora te motiveren naar huis terug te keren om hun stem uit te brengen tijdens de verkiezingen van aanstaande vrijdag.

Actie “Kom naar huis om te stemmen” (“Come home to vote”) bracht duizenden Zimbabwanen in Zuid Afrika op de been. Met de hulp van private sponsors en ondersteuning uit het bedrijfsleven ondernamen ze de reis terug naar huis. Om daar te horen dat de MDC de viool in de wilgen heeft gehangen.

“Ja, dat is teleurstellend nieuws natuurlijk”, zegt woordvoerder Mathula Lusinga. “Een forse streep door de rekening. Maar wel te begrijpen gezien de situatie. De regeringspartij heeft heel duidelijk gemaakt dat een vrije eerlijke verkiezing onmogelijk is. Maar een groot aantal mensen wil nog steeds terug naar huis”, aldus de Zimbabwaan die zelf in 2002 uit zijn vaderland verbannen werd. Behalve vaderlandsliefde, geeft hij toe dat ook de uitbarsting van vreemdelingenhaat vorige maand in Zuid Afrika zeker een rol speelt in de motivatie van mensen om terug te keren.

Lusinga verwacht de oplossing nu uit internationale hoek: “De regio, de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties moeten meer druk uitoefenen op Mugabe en zijn regime. Sancties en isolatie heeft zeker zin. Je ziet nu al dat de mensen om Mugabe heen in paniekstemming zijn. Ze realiseren zich dat dit verhaal een keer stopt, dat de schade enorm is en dat daaraan repercussies verbonden zijn.”

Fysieke kracht

Op blogs vinden discussies plaats over de zin of de onzin van het besluit van de MDC. Michael en Clive (http://www.zimbabwetoday.co.uk) vinden allebei dat de actie vraagtekens oproept: “Zoveel gegeven, zoveel verloren.... maar waarvoor?” vragen ze zich af. “Feit dat hij zich terugtrekt maakt alle doden, mishandelingen en verlaten van huizen en bezittingen compleet zinloos.” Aan de andere kant: “Wat zou er veranderd zijn als Mugabe de verkiezingen had verloren? Als de enige mensen met fysieke kracht het leger en de politie zijn, de mensen die hun god Mugabe blijven ondersteunen? Het zou van Zimbabwe een land maken geregeerd door dictators inplaats van een zogenoemde democratie”.

Activiste Amanda Atwood las nog voordat het nieuws bekend werd, het rapport van Human Rights Watch over de situatie in Zimbabwe. Ze merkt op dat het rapport veel informatie geeft, maar niet onderzoekt waarom groepen jongeren mensen inelkaar slaan, waarom hooggeplaatsten ze die opdracht geven: “Voor mij zijn dat de échte vragen”, schrijft ze op de blog http://kubatanablogs.net/kubatana: “Als we ooit deze samenleving weer willen opbouwen, dan is dit een van de grootste uitdagingen die voor ons ligt: Om uit te zoeken en verklaringen te vinden voor hoe we zover zijn gekomen.”

Eddie Cross, MDC-parlementslid, zegt dat Mugabe nu werkelijk te ver is gegaan: “Wat er nu verder ook gebeurt, Mugabe is niet langer in staat om Zimbabwe te regeren. Afgelopen vrijdag zei hij ‘Alleen God kan me de macht ontnemen’. Hij moet weten dat deze uitdaging is gehoord daar waar dit soort zaken ertoe doen en dat zijn vraag in behandeling is genomen.”

Monday, June 23, 2008

Nelson Mandela niet langer terrrorist voor Amerika

Ik geloof dat ik beetje achterloop, maar goed. Vond dit bericht te maf om er niets mee te doen. Komt-ie:

Zou dit boven aan de verlanglijst van Nelson Mandela kunnen staan? Heeft iemand de ambtenaren in de Verenigde Staten ingefluisterd dat dit een wel heel bijzonder verjaardagscadeau zou zijn voor de man die ‘verzoening’ betekenis gaf en die op 18 juli 90 jaar hoopt te worden? “Meneer Mandela, van harte gefeliciteerd met uw verjaardag en met de complimenten van president George Bush en de Verenigde Staten: U staat niet langer op onze lijst van terroristen!”

Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), een symbool van het verzet tegen apartheid, werd in de Verenigde Staten beschouwd als een terroristenorganisatie vanwege hun gewapende tak Umkhonto we Sizwe. En de gebeurtenissen van September 20001 hebben niet geholpen om de oude lijst te herzien. Mandela en andere ANC-leden hebben nog steeds speciale permissie nodig om de Verenigde Staten binnen te komen.

Het lijkt erop dat een dreigende rechtzaak van de kant van de Zuidafrikaanse zakenman en voormalig Umkhonto we Sizwe-commandant, Tokyo Sexwale, de Amerikanen heeft wakker geschud. Ook Sexwale staat op de lijst van terroristen.

Volgens Amerikaanse bronnen zou Condoleezza Rice, persoonlijk adviseur van president George Bush, persoonlijk tussenbeide gekomen zijn door Sexwale te vragen de rechtzaak even in de koelkast te zetten. Zodat haar ambtenaren ondertussen op zoek kunnen naar de typpex.

Sexwale maakte de zaak aanhangig nadat hij een visum geweigerd was voor een bezoek aan de VS eind vorig jaar. Dit ondanks het feit dat hij de Verenigde Staten eerder bezocht als premier van Zuid Afrika’s Gauteng provincie en toen zonder moeite. Mandela is nooit een visum geweigerd. Het is onbekend of hij plannen heeft Amerika nog weer te bezoeken.

Nelson Mandela zat 27 jaar gevangen op Robbeneiland en kwam vrij in februari 1990. Hij hielp Zuid Afrika als natie door de periode van transitie van apartheid en minderheidsregering naar democratie.

Wednesday, June 18, 2008

Zimbabwanen in Zuid-Afrika: Tussen twee vuren

Terwijl Zimbabwe zich opmaakt voor de omstreden presidentsverkiezingen op 27 juni, vinden de miljoenen gevluchte Zimbabwanen in buurland Zuid-Afrika zichzelf opnieuw in de vuurlinie. Xenofobia, of ‘vreemdelingenhaat’, heeft er de afgelopen maand het leven van zeker 60 mensen geëist en dat van tienduizenden opnieuw op de kop gezet. In Soetwater, een recreatiegebied op het Kaapse schiereiland, zitten ruim 3000 mensen in een kamp te wachten op wat komen gaat. Onder hen zo’n vierhonderd Zimbabwanen. Butshwa ging kijken bij haar landgenoten om te zien hoe ze kan helpen.

De zuidelijke Kaap staat bekend om zijn schoonheid. Miljoenen toeristen vinden er ieder jaar hun weg, zich vergapend aan de blauwe zee, waanzinnig mooie vergezichten, de kneuterige havenplaatsjes en imposante bergen. Het is dan ook geen omgeving voor een vluchtelingenkamp. En toch heeft het schiereiland er eentje, sinds eind mei. Ironisch genoeg gevestigd op het terrein van een recreatiecentrum vlak aan zee.

“Hm, wat kijken jullie serieus!” zegt de jongeman uit Zimbabwe als hij ons ziet staan bij de ingang van het kamp. “Kijk naar ons”, vervolgt hij terwijl hij zijn vriend een por geeft. “Wij zijn hartstikke vrolijk”. Om er vervolgens na een laatste grijns aan toe te voegen: “Maar wat kunnen we anders?” Wijzend op de emmer water die ze bij zich hebben, vraagt hij dan of hij onze auto kan wassen.

Butshwa (38), als docente verbonden aan een internationale zendingsorganisatie, realiseert zich dat ze ook in het Soetwater-kamp had kunnen zitten. En hoewel het in haar woonplaats Muizenberg rustig is gebleven, bekent ze dat ze wel momenten heeft dat ze bang is. Zo heeft ze de afgelopen weken de trein gemeden: “Er gingen geruchten dat mensen van de trein gegooid werden”. Maar zoals met 90 procent van de geruchten die deze dagen de ronde doen, ze blijken weinig hout te snijden.

Geruchten worden vooral gevoed in de kampen waar duizenden mensen hun tijd verdrijven met praten en het vertellen van verhalen. Ongeveer de enige verbinding met de buitenwereld vormen de mobiele telefoons. Die worden dan ook fanatiek opgeladen bij ieder elektriciteitspunt wat er maar op het terrein te vinden is. Zo nodig doen de eigenaren een beroep op de medewerkers bij de tent waar moeders met babies worden geholpen en waar constant heet water nodig is.

Verder komt nieuws het kamp dat ver van de bewoonde wereld afligt, vooral binnen via bezoekers. Op het pad op weg naar het Somalische gedeelte van het kampement komen twee mannen ons tegemoet met het regionale dagblad, de Cape Times, tussen zich in. Ze zijn verdiept in een artikel op de voorpagina waarin verslag wordt gedaan van de protestmars van voornamelijk Somaliërs die de dag ervoor in Kaapstad werd gehouden.

Na zich gemeld te hebben als vrijwilliger kan Butshwa direct aan de slag met het besmeren van honderden boterhammen die dienen als ontbijt voor de kampbewoners. In tegenstelling tot de vrouwen en kinderen die het ontbijt in hun tenten bezorgd krijgen, staan de mannen in een lange rij bij de ingang van de voedseltent te wachten tot de ‘catering’ op gang komt.

De frustratie van het afhankelijk zijn, is duidelijk van de gezichten af te lezen en hangt als een deken van spanning over het terrein. Veel immigranten hadden een baan in de bouw, het restaurantwezen of in de beveiliging, en zijn nu terug bij af. Het kamp ligt te ver bij de bewoonde wereld vandaan om te kunnen blijven werken. Bovendien zijn sommigen van hen ook op de werkplaats bedreigd.
Daarbij komt dat de meesten met hun werk ook familie in hun oorspronkelijke land onderhouden. Het idee dat ze niets kunnen doen terwijl hun familie aan de andere kant hongerlijdt, is haast niet te verteren.

De Zuidafrikaanse regering wil dat de mensen terugkeren naar de communities waar ze vandaan komen. Re-integratie is het toverwoord. Maar voor veel mensen in het kamp is dat geen optie. Ze willen met behulp van de Verenigde Naties een andere en veiligere plek en als het niet anders kan, op het vliegtuig terug naar eigen land. Vooral de Somaliërs willen terug naar huis. De afgelopen jaren is met name deze groep meerdere malen slachtoffer geweest van xenofobisch-aandoend geweld en ze voelen zich allang niet veilig meer. Sadaq, een Somalische zakenman die zijn winkeltje in de township Philippi in de handen van plunderaars moest achterlaten, zegt: “Als we moeten sterven dan maar liever doodgaan in ons eigen land.” Thuis is familie, zijn er vrienden en weten ze tegen wie ze vechten. In Zuid-Afrika weten ze dat niet.

Als Butshwa klaar is met de boterhammen, helpt ze met het uitzoeken en organiseren van de stapels kleding die zijn binnengekomen. Ze krijgt het verzoek om enkele babykleertjes te brengen naar de moeders van twee pasgeboren baby’s en ze gaat op zoek. In de kampen gaat het leven tenslotte gewoon door...

Uiteindelijk belandt de Zimbabwaanse aan het voeteneind van het matras van een landgenote. Tendai (niet haar echte naam) is een 26-jarige jonge vrouw met een vriendelijk en open gezicht, omlijst door lange dunne vlechtjes. Vorig jaar is ze Zimbabwe ontvlucht en belandde uiteindelijk in een van de townships rond Kaapstad. Toen de rellen begonnen, heeft ze nog geprobeerd een andere plek te vinden om te wonen, maar ook daar wist een groepje twistzieke Xhosa’s haar te vinden. Op 24 mei zette ze voet in het Soetwater-kamp, samen met haar tien maanden oude dochtertje en haar moeder.

Volgens haar is de xenofobia al veel langer aan de gang. Als ze vertelt is haar stem zacht en eentonig, alsof ze het verhaal al tienduizend keer heeft gedaan: “Hiervoor waren er ook al spanningen. Vaak kwamen mensen en schopten tegen onze deur, riepen om geld of om eten. Nu is dat tot een uitbarsting gekomen. Ze willen dat we weggaan. De vrouwen roepen ‘Hamba kwerekwere, hamba (go, foreigner, go)’, en jongeren voegen zich daarbij.”

“Ze denken dat wij alles hebben. Ze vinden dat als ze ons om iets vragen dat we dat dus ook gewoon moeten geven: geld, eten. Ze vinden dat wij hun banen inpikken. Maar de realiteit is dat er werk is, maar dat de mensen gewoon niet willen. Nu is het bijvoorbeeld winter en dan is het donker ’s morgens, en willen ze niet uit bed komen. Bovendien willen ze minstens 150 rand per dag verdienen en nemen geen genoegen met 50 rand, wat voor de immigranten wel genoeg is.”

Ondanks positieve berichten over een groep Zimbabwanen die teruggekeerd zijn naar hun shacks in de Masiphumelele township wil Tendai er niet aan: “Ik kan niet terug naar mijn huis daar. Ze zeggen dat het veilig is, maar dat geloof ik niet.”

Terug naar Zimbabwe is echter ook uitgesloten.Veel van hun landgenoten zijn daarom uitgeweken naar buurland Zambia. “We zitten tussen twee vuren in” zegt Tendai vertwijfelt. “Thuis worden we geslagen en hier worden we mishandeld.”

Butshwa zegt dat ze meevoelt met Tendai, met ‘haar’ mensen: “Ik kan me indenken wat ze moeten doormaken. Ik weet dat ze thuis in Zim niet veilig zullen zijn, maar tegelijkertijd is het hier ook niet veilig. Ze zitten er echt tussenin, met vuur brandend aan beide kanten. Mijn hart is verdrietig en ik heb geen oplossing.”

(Bij de foto: een 'straatbeeld' van het Soetwaterkamp. Fotograaf: Martial Dansou)

Zie ook: http://www.isonline.nl/?node_id=63849