Saturday, January 5, 2008
Vertrouw die wereld daarbuiten niet
Het metershoge zwaar bewaakte hek vol bedrading laat aan de verbeelding weinig over. Hier kom je niet zomaar in en je komt er zeker niet zomaar uit. Hoewel, als je Anita of Martin de Bruijn heet, afkomstig uit het Hollandse Brandwijk, dan gaan de dingen soms anders. Het stel heeft in drie jaar tijd niet alleen deuren voor zich zien opengaan, maar ook relaties opgebouwd waarover zelfs gevangenisbewakers zich verbazen.
Martin (41) en Anita (42) de Bruijn kwamen in maart 2005 naar Johannesburg om een aantal jaren van hun leven te dienen, zo zeggen ze zelf. "Na de onverwachte geboorte van ons dochtertje Naema wilden we uit dankbaarheid een aantal jaren van ons leven geven om God ergens anders te dienen", zegt Martin. Uiteindelijk belandden ze via contacten die ze tijdens eerdere reizen hadden gelegd, in de gevangenis van Johannesburg om daar onder langgestraften een trainingsprogramma op te zetten.
Zo goed als het werk van de grond kwam, zo moeilijk was de start van hun verblijf. In tegenstelling tot gedane beloftes bleken er bij aankomst bijvoorbeeld nauwelijks voorbereidingen te zijn getroffen voor het werk in de gevangenis. Martin en Anita besloten daarop zelf trainingen te gaan ontwikkelen. Hun achtergrond als respectievelijk penitentiair inrichtingswerker en sociaal werker, kwam daarbij goed van pas.
Opeens moesten ze nauw met elkaar samenwerken en allerlei gebeurtenissen en tegenslagen maakten het eerste halfjaar niet gemakkelijk. "We kregen met het een na het ander te maken: een auto-ongeluk, twee keer een auto-inbraak, 's nachts mensen om het huis, de wasmachine kapot... relatief kleine dingetjes, maar als je al onder spanning staat, dan weegt het mee", zegt Anita.
Ze begonnen het werk in de gevangenis door contacten te leggen en trainingen te ontwikkelen die nog het meeste lijken op resocialisatieprogramma's, maar dan gefundeerd op christelijke normen en waarden. Zo kunnen de jongens zich onder meer inschrijven voor trainingen in sociale vaardigheden, een cursus naar aanleiding van de Tien Geboden en een expressiecursus.
Gaandeweg kregen ze daarbij hulp van twee Zuid-Afrikaanse artiesten, Gijs en Jaci de Villiers. Die hielpen bij het ontwikkelen en geven van de expressiecursus. "Het was echt fantastisch en heeft mijn ogen geopend voor een andere wereld", zegt Jaci. Het is een karakteristieke opmerking, want het gros van de blanken in Zuid-Afrika heeft geen idee van wat zich achter de gevangenismuren afspeelt, en wil het liever niet weten ook.
Het kost een paar draaihekken voordat de wereld achter die gevangenismuren zichtbaar wordt. Sectie Medium C, verblijf van Zuid-Afrika's langgestraften, heeft lichtgele muren en grijze vloeren verlicht door tl-lampen. Overal zie je jongens en mannen in oranje of grijze overalls. In het 'leslokaal' staan dertig lichthouten banken en aan de muur hangt een preventieposter tegen aids. In de banken zitten tientallen gevangenen: zo'n vijftig overwegend zwarte hoofden.
Lees verder: http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=106435
Friday, November 9, 2007
Open deuren in gevangenis Johannesburg

In een tijd dat de gevangenissen in Zuid-Afrika het nieuws halen vanwege de slechte staat van de gezondheidszorg en het justitiĆ«le apparaat als geheel op meerdere fronten blijkt te falen, maken Martin en Anita de Bruijn bijna dagelijks een gang naar de gevangenis in Johannesburg. In de afgelopen drie jaar is het Nederlandse stel ‘vader en moeder’ geworden van bijna 400 langgestraften.
Het is het verhaal van Handelingen, zegt een vriend tegen me de eerste keer dat hij me over Martin en Anita en hun werk in de gevangenis in Johannesburg, vertelt.
Gevangenisdeuren die opengaan. Ik moet eraan denken als we donderdagmorgen rond 09.00 uur naar het metershoge zwaar bedraade en bewaakte hek lopen dat toegang geeft tot de sectie waar de ‘zware jongens’ zitten. We gaan door een draaihek, en nog een draaihek. En dan zijn er alleen nog maar lichtgele muren, grijze vloeren, tl-lichten en jongens en mannen in oranje of grijze pakjes.
Ik krijg weinig tijd om me claustrofobisch te gaan voelen. Nog voordat we een leslokaal induiken waar zo’n 50 jongens en mannen op ons zitten te wachten, krijg ik al een ferme handdruk en een brede glimlach van twee jongens: Lucky man en Lungile. Het zijn namen van jongens die ‘symbool’ staan voor het levensveranderende werk van Martin en Anita zo blijkt later.
Martin (41) en Anita (42) de Bruijn kwamen in maart 2005 naar Johannesburg om een aantal jaren van hun leven te dienen, zo zeggen ze zelf. Ze starten werk in de gevangenis en schreven programma’s die de aard hebben van rehabilitatieprogramma’s, maar met een sterk fundament van normen en waarden. Zo kunnen de jongens onder meer inschrijven voor trainingen in sociale vaardigheden, een cursus naar aanleiding van de tien geboden en een expressie cursus.
Terwijl ik vanmorgen mijn ogen laat dwalen over de donkerbruine en zwarte hoofden in de banken voor me, lijken ze onschuldig en lichtelijk naief. Maar ze verrassen met hun scherpe en diepe vragen, hun opmerkingen en hun kennis van de Bijbel. Dit zijn de langgestraften van Johannesburg Maximum Gevangenis? Het is moeilijk voor te stellen.
Martin helpt me snel uit de droom en vertelt me later dat dit wel een selectie is. Momenteel hebben ze ‘slechts’ 123 van de 700 ‘zware jongens’ in hun training; jongens die hebben aangegeven te willen leren en veranderen. “Er zitten daar ook jongens in de cel die helemaal niet willen veranderen, hard-core criminelen”, zegt Martin. Maar goed, het is wel een vonkje van hoop in een omgeving die verder rustig als ‘hel’ aangeduid kan worden. Een plek waar een mens zonder God in geen geval beter uit kan komen.
Aan het einde van de ochtend, zetten de jongens een lied in.
“Father, father...”
Jongens die waarschijnlijk nooit een vader gekend hebben.
“Baie dankie...”
En dat vanuit een gevangeniscel
En er gaan inderdaad deuren open: “Jullie liefde voor ons heeft veel deuren voor ons opengezet”, vat een van de zware jongens het samen. “We hebben dingen geleerd die we niet wisten. Er is weer hoop.”