Onverstoorbaar maakten ze de afgelopen drie jaar bijna dagelijks hun rit naar de zwaar bewaakte gevangenis in Johannesburg. In een tijd waarin de wereld zich druk begon te maken over Zuid-Afrika's criminaliteitscijfers met het oog op het WK voetbal in 2010, groeide er in Sectie Medium C een familieband tussen Martin en Anita de Bruijn en bijna vierhonderd langgestraften. De tijd is echter aangebroken om naar huis te gaan.
Het metershoge zwaar bewaakte hek vol bedrading laat aan de verbeelding weinig over. Hier kom je niet zomaar in en je komt er zeker niet zomaar uit. Hoewel, als je Anita of Martin de Bruijn heet, afkomstig uit het Hollandse Brandwijk, dan gaan de dingen soms anders. Het stel heeft in drie jaar tijd niet alleen deuren voor zich zien opengaan, maar ook relaties opgebouwd waarover zelfs gevangenisbewakers zich verbazen.
Martin (41) en Anita (42) de Bruijn kwamen in maart 2005 naar Johannesburg om een aantal jaren van hun leven te dienen, zo zeggen ze zelf. "Na de onverwachte geboorte van ons dochtertje Naema wilden we uit dankbaarheid een aantal jaren van ons leven geven om God ergens anders te dienen", zegt Martin. Uiteindelijk belandden ze via contacten die ze tijdens eerdere reizen hadden gelegd, in de gevangenis van Johannesburg om daar onder langgestraften een trainingsprogramma op te zetten.
Zo goed als het werk van de grond kwam, zo moeilijk was de start van hun verblijf. In tegenstelling tot gedane beloftes bleken er bij aankomst bijvoorbeeld nauwelijks voorbereidingen te zijn getroffen voor het werk in de gevangenis. Martin en Anita besloten daarop zelf trainingen te gaan ontwikkelen. Hun achtergrond als respectievelijk penitentiair inrichtingswerker en sociaal werker, kwam daarbij goed van pas.
Opeens moesten ze nauw met elkaar samenwerken en allerlei gebeurtenissen en tegenslagen maakten het eerste halfjaar niet gemakkelijk. "We kregen met het een na het ander te maken: een auto-ongeluk, twee keer een auto-inbraak, 's nachts mensen om het huis, de wasmachine kapot... relatief kleine dingetjes, maar als je al onder spanning staat, dan weegt het mee", zegt Anita.
Ze begonnen het werk in de gevangenis door contacten te leggen en trainingen te ontwikkelen die nog het meeste lijken op resocialisatieprogramma's, maar dan gefundeerd op christelijke normen en waarden. Zo kunnen de jongens zich onder meer inschrijven voor trainingen in sociale vaardigheden, een cursus naar aanleiding van de Tien Geboden en een expressiecursus.
Gaandeweg kregen ze daarbij hulp van twee Zuid-Afrikaanse artiesten, Gijs en Jaci de Villiers. Die hielpen bij het ontwikkelen en geven van de expressiecursus. "Het was echt fantastisch en heeft mijn ogen geopend voor een andere wereld", zegt Jaci. Het is een karakteristieke opmerking, want het gros van de blanken in Zuid-Afrika heeft geen idee van wat zich achter de gevangenismuren afspeelt, en wil het liever niet weten ook.
Het kost een paar draaihekken voordat de wereld achter die gevangenismuren zichtbaar wordt. Sectie Medium C, verblijf van Zuid-Afrika's langgestraften, heeft lichtgele muren en grijze vloeren verlicht door tl-lampen. Overal zie je jongens en mannen in oranje of grijze overalls. In het 'leslokaal' staan dertig lichthouten banken en aan de muur hangt een preventieposter tegen aids. In de banken zitten tientallen gevangenen: zo'n vijftig overwegend zwarte hoofden.
Lees verder: http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=106435
Showing posts with label Johannesburg. Show all posts
Showing posts with label Johannesburg. Show all posts
Saturday, January 5, 2008
Tuesday, November 13, 2007
Gelukzoekers

Je realiseert het je niet als je de stad ziet liggen, maar Johannesburg is maar ruim honderd jaar oud. Toen aan het einde van de 19e eeuw goud werd ontdekt, werd de plaats waar tot dan toe slechts een paar kleine boeren woonden, een trekpleister voor goudzoekers. De zoekers van geluk. Van de toekomst.
Vandaag de dag wordt de stad voor een groot deel bevolkt door hun (achter) kleinkinderen. De kinderen van gelukzoekers afkomstig uit Ierland, Griekenland, Engeland, maar ook uit omliggende landen als Mozambiek en uit Zuid-Afrika zelf.
In het apartheidmuseum maak je kennis met ze. Zoals met Mthuthulezi Macasa (zie foto hiernaast, op de rug gekeken), zoon van Panti en kleinzoon van Abraham. Abraham verliet zijn clan in de Oostkaap in 1921 op zoek naar geluk in de goudmijnen van Johannesburg. Panti werd geboren in Sophia Town maar leefde het grootste deel van zijn leven in Soweto. Hij ging naar de eerste middelbare school in Soweto. Na zijn schooltijd werd hij politie-agent en was belast met het controleren van mensen op het al dan niet met zich meedragen van hun pas. Het was een baan die hij haatte. In 1961 werd hij verantwoordelijk voor de recreatie en sport op het Orlando East Recreation Centre. Panti werkte hier voor 40 jaar en zag latere beroemdheden langskomen zoals Nelson Mandela. Hij overleed echter in 2001, slachtoffer van een gewelddadige overval. Mthuthulezi woont nog bij zijn moeder Patience.
JOZI

Als ik vrijdagmiddag van het vliegveld over de laatste heuvel rijd, ligt voor me de sky line van Johannesburg. En ik kan een gevoel van enthousiasme niet onderdrukken. Het verbaast me, want tot dusver stond de naam Johannesburg toch gelijk aan een stad van geweld en criminaliteit; een plek waar je liever vandaag dan morgen weer uit vertrekt? Vanwaar dan toch even dat vonkje van binnen wat ik zo duidelijk voel?
In de loop van de dagen wordt het duidelijk: Johannesburg, of 'Jozi' zoals haar inwoners haar liefkozend noemen, is een stad van leven. De stad ademt energie, dynamiek, avontuur, actie, bedrijvigheid.
Johannesburg, Egoli, Stad van Goud, Jozi... tot dusver is ze goed voor me geweest. Ja, ze verwart me met haar uitgebreide wegennetwerk dat als een kluwen grote lange linten door en om de stad heen ligt. Ze jaagt me angst aan vanwege het onbekende. Tegelijkertijd omarmt ze me met behulp van de warme Afrikaanse zon en zegt: Kom, leef!
Subscribe to:
Posts (Atom)